Ondersteuningsprogramma’s
Met onze financiële middelen ondersteunen we individuele onderzoekers en onderzoeksteams met persoonlijke mandaten en projectfinanciering.
Alles over ondersteuningsprogramma’s
Het thema wetenschappelijke integriteit heeft de laatste jaren aan actualiteit gewonnen. In verschillende landen doken opzienbarende gevallen op van onderzoekers die het met de wetenschappelijke en morele standaarden van het onderzoek niet altijd zo nauw namen.
Wetenschappelijke integriteit hangt nauw samen met, maar is niet helemaal hetzelfde als onderzoeksethiek. Integriteit behelst specifiek die aspecten die verbonden zijn met de kwaliteit van de wetenschapspraktijk en haar resultaten. Ethiek gaat meer over de normen en waarden die de onderzoeker in acht moet nemen met het oog op het welzijn van mensen en dieren die betrokken worden bij het onderzoek en de resultaten daarvan. Een onderzoeker kan data vervalsen, zonder onmiddellijk mens of dier in gevaar te brengen. Hij is dan geen integere wetenschapper, want de resultaten van zijn onderzoek zijn onbetrouwbaar, maar vertoont geen direct onethisch gedrag tegenover mens, dier en hun milieu.
Dat het toepassen van die gemanipuleerde resultaten uiteindelijk toch mensen, dieren en hun omgeving kunnen schaden, toont echter aan dat integriteit en ethiek nooit volstrekt te scheiden vallen. In de ruime betekenis van ethiek is het vervalsen van onderzoeksresultaten of het knoeien met wetenschap op een andere manier natuurlijk sowieso onaanvaardbaar. Daarom is het misschien beter wetenschappelijke integriteit te beschouwen als een bijzondere dimensie van wetenschappelijke ethiek.
Het FWO heeft als organisatie voor de financiering van het wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen een grote verantwoordelijkheid bij het voorkomen en waar nodig bestrijden van inbreuken op de wetenschappelijke deontologie. Het wil die verantwoordelijkheid ten volle opnemen door middel van acties binnen en buiten de muren van het FWO.
In 2013 ging bij het FWO een taskforce aan het werk om maatregelen voor het verzekeren van de wetenschappelijke integriteit voor te stellen. De taskforce was samengesteld uit academici van de Vlaamse universiteiten en uit de verschillende wetenschapsdomeinen. Voorzitter was professor Jacob Fokkema, ere-rector TU Delft en lid van de Raad van Bestuur van het FWO. Over de conclusies van de taskforce voerde het FWO intens overleg met de Vlaamse universiteiten. In juni 2015 heeft de Raad van bestuur de voorstellen goedgekeurd.
Daarbij is aandacht besteed aan zowel preventie en sensibilisering, detectie en controle, als optreden en sanctioneren.
De genomen maatregelen zijn:
Om inbreuken te voorkomen en de onderzoekers die steun ontvangen van het FWO te sensibiliseren bevatten alle oproepen, aanvraagformulieren en overeenkomsten tussen de onderzoekers en het FWO een clausule over wetenschappelijke integriteit.
De tekst van deze clausule wijst erop dat onderzoekers die beroep doen op de ondersteuning van het FWO, hun gastinstellingen, (co)promotoren en andere bij het FWO-onderzoek betrokken medewerkers, te allen tijde verplicht zijn de wetenschappelijke integriteit in acht te nemen. Bij de oproepen, aanvraagformulieren en overeenkomsten zijn de Ethische Code voor wetenschappelijk onderzoek in België en de European Code of Conduct for Research Integrity gevoegd. Ze bevatten immers elementaire deontologische gedragsregels. Het FWO gaat ervan uit dat elke onderzoeker van bij de indiening van een aanvraag kennis heeft genomen van deze codes en zich ertoe verbindt hun bepalingen te zullen volgen in alle stadia van het voorgestelde onderzoek. Dat geldt ook voor hun gastinstellingen, (co)promotoren en bij het FWO-onderzoek betrokken medewerkers voor wie zij mede verantwoordelijkheid dragen.
Bij twijfel over de toepasselijkheid of de wijze van toepassing van een bepaling wordt van de gastinstelling en/of de onderzoeker die verantwoordelijk is voor het project of mandaat verwacht dat die contact opneemt met de FWO-administratie met het oog op verduidelijking en het maken van concrete afspraken daarover.
Bij preventie en sensibilisering hoort onverbrekelijk een duidelijke beschrijving van de rol van promotor enerzijds en van de doctorandus en andere junior onderzoekers anderzijds. (1) Elke onderzoeker, zowel op leidinggevend als op uitvoerend niveau, hoort goed te weten wat van hem verwacht wordt, wat wel en niet aanvaardbaar is. Dat geldt ook voor de gastinstelling waarbinnen ze actief zijn.
Onder ‘junior onderzoeker’ wordt hier niet alleen de doctorandus begrepen, maar ook de andere onderzoekers die werken onder leiding van een promotor. Zij dragen immers vergelijkbare verantwoordelijkheden bij de uitvoering van het onderzoek als de doctorandi en ook voor hun begeleiding moet de promotor instaan.
Aangezien het FWO enkel tot de promotoren en mandaathouders in een rechtstreekse verhouding staat, worden onderzoekers die aangesteld zijn op onderzoeksprojecten hier slechts vermeld bij de profielbeschrijving van promotoren. Daarbij geldt wel dat ook dergelijke onderzoekers een doctoraat kunnen voorbereiden en zich eveneens kunnen aangesproken voelen door hetgeen vermeld wordt in de profielbeschrijving van doctorandi. Waar in het profiel van de promotor sprake is van ‘doctorandus’ kan het dus zowel gaan om een mandaathouder als om een projectmedewerker. Met de omschrijving ‘andere onderzoekers verbonden aan zijn FWO-onderzoeksproject’ in het promotorprofiel wordt enkel gedoeld op die medewerkers die geen doctoraatstudenten zijn. Bovendien mogen ook postdoctorale onderzoekers zich aangesproken voelen, omdat zij kunnen werken als mandaathouders van het FWO of als medewerker dan wel copromotor van een FWO-project.
(1) Het spreekt vanzelf dat met deze en andere termen gedoeld wordt op onderzoekers van alle geslachten en alle genderprofielen.
Het FWO verbindt bepaalde verwachtingen aan de (co)promotor van een FWO-onderzoeksproject of FWO-onderzoeksmandaat. Bij aanvaarding van het promotorschap verbindt de (co)promotor zich in elk geval tot het voldoen aan de voorwaarden, verantwoordelijkheden en taken die we hieronder vermelden.
De (co)promotor (zowel in de betekenis van de promotor van een doctorandus of postdoctorale onderzoeker als in die van de hoofd- of medeverantwoordelijke van een onderzoeksproject van het FWO):
Wetenschappelijke competenties
is zelf actief in het wetenschappelijk onderzoek op een hoog academisch niveau;
situeert zich in een onderzoeksdomein dat voldoende aansluit bij dat van de doctorandus, de postdoctorale onderzoeker of andere onderzoekers verbonden aan het FWO-onderzoeksproject;
kan de nodige expertise, infrastructuur en begeleiding bieden;
Ontwerp, planning en randvoorwaarden
is medeverantwoordelijk voor het ontwerp en de planning van het onderzoek van de onderzoekers verbonden aan het FWO-onderzoeksproject en dit in verhouding tot hun onderzoeksbekwaamheid;
staat mee in voor een voldoende integratie in de onderzoekseenheid waarin de doctorandus, de postdoctorale onderzoeker en/of andere onderzoekers verbonden aan het FWO-onderzoeksproject actief zijn; desgevallend deelt men die verantwoordelijkheid met de andere verantwoordelijken binnen die eenheid;
creëert de randvoorwaarden, zowel op wetenschappelijk-technisch als op psychosociaal vlak, die onontbeerlijk zijn voor het naar behoren functioneren van de doctorandus, de postdoctorale onderzoeker of andere onderzoekers verbonden aan het FWO-onderzoeksproject;
Overleg, evaluatie en bijsturing
begeleidt het onderzoek van de doctorandus, de postdoctorale onderzoeker of onderzoekers verbonden aan het FWO-onderzoeksproject en voorziet in voldoende contactmomenten om de aspecten daarvan grondig te bespreken; de intensiteit van de begeleiding van andere onderzoekers verbonden aan het FWO-onderzoeksproject beantwoordt aan hun aandeel in dat project;
evalueert de prestaties van de onderzoekers voor wie men de verantwoordelijkheid draagt en stuurt tijdig bij indien nodig;
Publicaties
draagt er zorg voor dat de doctorandus de resultaten van het onderzoek publiceert als die daartoe rijp zijn, maar voorkomt ook de publicatie van resultaten die daarvoor (nog) niet geschikt zijn of die worden gepresenteerd in een vorm die niet beantwoordt aan de algemeen aanvaarde standaarden van het wetenschappelijk onderzoek; dit geldt eveneens voor postdoctorale onderzoekers, in verhouding tot hun meer gevorderde onderzoeksbekwaamheid, en voor andere onderzoekers verbonden aan het FWO-onderzoeksproject, voor zover hun aandeel in het project dit verantwoordt;
informeert de onderzoekers onder diens verantwoordelijkheid voldoende over de verantwoordelijkheid die zij dragen voor de bijdragen die zij aan een publicatie hebben geleverd, en neemt ook zelf de verantwoordelijkheid op die verbonden is aan (mede)auteurschap;
draagt er zorg voor dat de doctorandus en de postdoctorale onderzoeker worden erkend als (co)auteur van publicaties die (mede) zijn gebaseerd op hun onderzoek en die zij (mede) hebben geschreven, en dat zij bij publicaties met meerdere auteurs binnen de auteurslijst de plaats krijgen die beantwoordt aan hun aandeel in de publicatie; dit geldt desgevallend ook voor andere onderzoekers verbonden aan het FWO-onderzoeksproject;
waakt erover dat, indien de doctorandus of de postdoctorale onderzoeker de belangrijkste bijdrage heeft geleverd aan het onderzoek en de publicatie ervan, deze als eerste of hoofdauteur kan optreden;
Databeheer
zorgt ervoor dat gegevens met betrekking tot het onderzoek dat onder hun leiding plaatsvindt veilig en duurzaam worden bewaard, dit rekening houdend met de eigenheden van het vakgebied en de aard van het onderzoek;
Opleiding en professionele ervaring
ziet toe op de invulling van de doctoraatsopleiding en op het benutten van andere mogelijkheden voor opleiding en professionele ervaring die het doctoraatsonderzoek of de latere loopbaan van de doctorandus of postdoctorale onderzoeker kunnen bevorderen;
introduceert de doctorandus of postdoctorale onderzoeker in relevante onderzoeksnetwerken en stimuleert actieve participatie daarin;
valoriseert maximaal de expertise die de doctorandus of postdoctorale onderzoeker in de onderzoeksgroep inbrengt;
Wetenschappelijke onafhankelijkheid
biedt een mate van autonomie die is afgestemd op de onderzoeksbekwaamheid van de doctorandus of postdoctorale onderzoeker en die voldoende ruimte laat voor de ontwikkeling van wetenschappelijke onafhankelijkheid;
Wetenschappelijke integriteit
ziet erop toe dat de doctorandus, de postdoctorale onderzoeker en de andere onderzoekers die zijn verbonden aan het FWO-onderzoeksproject de algemeen aanvaarde normen van het integer wetenschappelijk onderzoek naleven;
maakt zich vertrouwd met de reglementen en richtlijnen inzake wetenschappelijke integriteit van de eigen onderzoeksinstelling als het FWO;
leeft zelf die normen na én staat in voor een klimaat waarin deze normen het gedrag van alle betrokkenen sturen.
1. Rechten
2. Plichten
1. Rechten
2. Plichten
Het algemeen reglement en dat voor pre- en postdoctorale onderzoekers zijn aangepast om het FWO toe te laten adequaat te reageren indien zich bij een beneficiant van FWO-ondersteuning een probleem rond wetenschappelijke integriteit stelt. Deze aanpassingen bestrijken dus al het domein van correctie en sanctionering. Daarbij is ook voorzien in een goede afstemming met de gastinstellingen waar de onderzoekers aan het werk zijn.
Omdat ook in Vlaanderen waakzaamheid geboden is, nam het FWO in 2011 het initiatief om een Vlaamse Commissie voor Wetenschappelijke Integriteit (VCWI) op te richten. Ze werd ingesteld op 9 oktober 2013 en is gehuisvest in de KVAB, die er het secretariaat van verzorgt. De organisaties die samen tot oprichting van de VCWI overgingen zijn:
Deze instellingen hebben het reglement van de VCWI goedgekeurd en verklaard de adviezen van de VCWI in hun besluitvorming te zullen betrekken.
De VCWI heeft twee taken:
1. adviseren over concrete dossiers die reeds behandeld zijn in één of meerdere van de commissies voor wetenschappelijke integriteit aan de betrokken instellingen;
2. adviseren over meer algemene vragen betreffende deze materie.
Deze commissie moet zo bijdragen tot de uniforme behandeling van kwesties in verband met wetenschappelijk deontologie en de sensibilisering rond deze problematiek.
Meer informatie staat op de website van de VCWI. Daar staat ook beschreven wie de VCWI kan consulteren en hoe dat moet gebeuren.
Het FWO is lid van Science Europe, dat onder meer wetenschappelijke integriteit in zijn Strategisch Plan 2021-2026 heeft opgenomen.
In het European Network of Research Integrity Offices (ENRIO) wordt Vlaanderen vertegenwoordigd door de VCWI. Dit netwerk is een platform voor overleg tussen verschillende Europese organisaties over het beleid rond deze thematiek.