Ondersteuningsprogramma’s
Met onze financiële middelen ondersteunen we individuele onderzoekers en onderzoeksteams met persoonlijke mandaten en projectfinanciering.
Alles over ondersteuningsprogramma’s
Het algemeen reglement is van toepassing.
Het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen kan overgaan tot het oprichten van Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschappen. Dit zijn samenwerkingsverbanden tussen onderzoeksgroepen met als doel de coördinatie tussen en de internationale samenwerking van Vlaamse onderzoeksgroepen inzake wetenschappelijk onderzoek te bevorderen, waarbij inter-, multi- en transdisciplinariteit worden beschouwd als een positief beoordelingselement.
§1. Een Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap bestaat ten minste uit:
§2. Transdisciplinariteit: toevoegen niet-academische partners
Niet-academische partners kunnen aan een WOG worden toegevoegd, mits hun deelname aantoonbaar een wetenschappelijke en/of maatschappelijke en/of economische meerwaarde biedt voor het netwerk. De toevoeging dient in de aanvraag gemotiveerd te worden en wordt onderworpen aan een wetenschappelijke evaluatie door het Gebiedsoverschrijdend Panel.
§1 Eén van de Vlaamse onderzoeksgroepen treedt op als kerngroep. Deze dient internationale erkenning te genieten omwille van zijn kwalitatief hoogstaand wetenschappelijk onderzoek.
§2 Een onderzoeksgroep kan slechts als kerngroep fungeren voor één lopende WOG. Dit betekent dat bij elke aanvraagronde een onderzoeksgroep slechts één maal als kerngroep kan aanvragen. En verder dat een aanvraag voor een WOG waarvan de voorziene startdatum binnen de termijn valt van een nog lopende WOG met dezelfde onderzoeksgroep als kerngroep, als onontvankelijk wordt beschouwd.
Aan het hoofd van de Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap staat een stuurgroep bestaande uit de hoofden van de deelnemende onderzoeksgroepen uit de Vlaamse Gemeenschap. Het hoofd van de kerngroep treedt op als voorzitter van de stuurgroep en als woordvoerder ten opzichte van het Fonds.
Een Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap wordt, op advies van de bevoegde wetenschappelijke commissie, erkend door de raad van bestuur, voor een periode van vijf jaar, eventueel verlengbaar, en ontvangt een jaarlijkse werkingstoelage van maximum 12.000 EUR. De werkingstoelage blijft ter beschikking van de onderzoeksgemeenschap gedurende de looptijd van de samenwerking en de twee daaropvolgende jaren. De niet aangewende sommen vallen daarna terug aan het FWO.
Het aantal op te richten Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschappen wordt door de raad van bestuur bepaald.
Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschappen kunnen worden opgericht op voorwaarde dat duidelijk wordt aangetoond dat deze toelage noodzakelijk is voor het tot stand komen en/of onderhouden van het samenwerkingsverband en bijdraagt tot de wetenschapscoördinatie in Vlaanderen en de internationalisering van het wetenschappelijk onderzoek aan Vlaamse instellingen.
Een bestaande Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap kan uitzonderlijk worden uitgebreid met (een) extra onderzoeksgroep(en). De woordvoerder van de initieel goedgekeurde Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap dient hiervoor een nieuwe aanvraag bij het FWO in te dienen.
Bij deze aanvraag dient duidelijk geargumenteerd te worden dat deze uitbreiding noodzakelijk is voor het verder tot stand komen en/of onderhouden van het initiële samenwerkingsverband zoals beschreven in de initiële aanvraag van een Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap. Ook de kwaliteit van de onderzoeksgroep(en) die men wenst op te nemen bij de initiële Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap dient aangetoond te worden in de aanvraag. Bovendien dient de schriftelijke goedkeuring van alle initiële onderzoekspartners voor de uitbreiding van de extra onderzoeksgroep(en) bij de aanvraag toegevoegd te worden.
De uitbreiding van de initiële Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap met (een) extra onderzoeksgroep(en) wordt, op advies van de bevoegde wetenschappelijke commissie, erkend door de raad van bestuur, voor de resterende periode van de lopende initiële Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap, eventueel verlengbaar, en ontvangt geen extra werkingstoelage voor deze uitbreiding.
Een eerste verslag wordt opgevraagd vóór 1 september van het 3de jaar (periode 1 januari eerste jaar tot 30 juni van het derde jaar = 2 ½ jaar werking).
Het tweede verslag is een syntheseverslag over de vijf werkjaren. Dit wordt opgevraagd tegen 1 september van het vijfde jaar, samen met het dossier voor de eventuele verlenging.
Als de verlenging wordt uitgesteld of niet wordt aangevraagd, moet het verslag op 31 december van dit laatste vijfde jaar worden ingediend.
De verslagen worden ter beoordeling aan de bevoegde wetenschappelijke commissie voorgelegd, die hierover aan de raad van bestuur verslag uitbrengt. Indien het eerste verslag negatief is kan de raad van bestuur de WOG stopzetten.
De financiering heeft uitsluitend betrekking op:
De betalingen, rapporteringen en controles gebeuren volgens de bepalingen van het reglement van de Onderzoeksprojecten.
Aanvragen moeten met de daartoe bestemde formulieren worden ingediend vóór 1 september die het aanvangsjaar voorafgaat. De formulieren zijn te vinden op de FWO website.
Onderzoeksgroepen uit Vlaamse of federale wetenschappelijke instellingen kunnen in de Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschappen worden opgenomen. Voor wat betreft de federale wetenschappelijke instellingen worden de personeelsleden behorend tot de Franse of Duitse taalrol beschouwd deel uit te maken van onderzoeksgroepen van buiten de Vlaamse Gemeenschap.