Technologieën voor het opruimen van plastic in zee, rivieren, havens en andere wateren worstelen alsnog met een gebrek aan kennis over de mogelijke positieve en negatieve gevolgen ervan voor het milieu. Deze technologieën zijn nieuw en zeer divers, waardoor er nog maar weinig empirische data beschikbaar zijn. Deze kennislacunes zijn tevens het gevolg van de complexiteit van meerdere onderling samenhangende factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden. Zo zet elke producent of gebruiker een specifiek ontwerp en configuratie van een opruimmechanisme in, aangepast aan de unieke omgevingsomstandigheden. De wisselwerking tussen technologisch ontwerp, operationele configuratie en lokale omgevingsomstandigheden kan zowel positieve als negatieve effecten hebben.
Het multidisciplinaire doctoraat van Giulia Leone onderzocht de rol van diverse technologieën voor het opruimen van plastic als strategie om plasticvervuiling tegen te gaan. Ze bestudeerde ook welke perceptie er heerst bij het publiek en andere belanghebbenden over deze plasticverwijderingstechnieken. Ze voerde experimenten uit om inzicht te verkrijgen in de factoren die kunnen bijdragen aan de bijvangst van plantaardig materiaal, en ontwikkelde een instrument die inzicht verschaft in de waarschijnlijkheid van plasticafvang en bijvangst, op basis van geselecteerde operationele en omgevingsparameters.
Giulia maakte een uitgebreide evaluatie van meer dan honderd verschillende technologieën voor het opruimen van plastic (zowel preventieve als opruimtechnologieën). Ze toonde aan dat er geen eenvormige pasklare oplossing bestaat. Vanwege de grote variatie in lokale omstandigheden zijn er tal van technologieën en oplossingen nodig om een complex probleem als plasticvervuiling op te lossen. De meeste apparaten zijn gericht op macrorestafval en worden gebruikt in binnenwateren zoals rivieren en havens.
Uit een enquête onder bijna duizend burgers concludeerde Giulia dat bijna de helft van de ondervraagden bekend is met het concept van technologieën voor het opruimen van plastic, hoewel minder dan 10% ooit zo een apparaat in het echt heeft gezien. Over het algemeen zijn de deelnemers van mening dat deze technologieën een positieve impact hebben op het milieu waarin ze worden ingezet. In tegenstelling tot de bekendheid met het bestaan van de technologieën, was er veel minder kennis over de mogelijke negatieve effecten op het milieu.
In de golfgoot van het departement Burgerlijke Bouwkunde van de Universiteit Gent onderzocht Giulia mogelijke factoren die van invloed kunnen zijn op de bijvangst die ontstaat bij het opruimen van plastic in aquatische milieus. Vervolgens ontwikkelde ze een tool, gebaseerd op een probabilistische modelleringsmethode (met behulp van Bayesian Belief Networks), die belanghebbenden kan helpen bij het selecteren van het meest geschikte mechanisme voor hun locatie. De methode biedt informatie om de voordelen te verzilveren en tegelijkertijd de mogelijke negatieve effecten, met name bijvangst, tot een minimum te beperken. Met dit model kunnen belanghebbenden vooraf inzicht krijgen in de optimale techniek voor de locale omgevingsomstandigheden. Haar werk roept nieuwe vragen op en opent de deur voor projecten die oplossingen zoeken voor het plasticprobleem in aquatische milieus.