Login E-loket
Melkkoeien eten graskuil

Lijn- en koolzaad in grasrijk rantsoen zijn haalbare klimaatmaatregel voor melkvee

07/05/2026 10:31

Door dagelijks 400 gram plantaardig vet in de vorm van geëxtrudeerd lijnzaad of lijnzaad gecombineerd met koolzaad aan hun runderen te voederen, kunnen melkveehouders met grasrijke rantsoenen hun klimaatimpact met 5 tot 11% verlagen, zonder verlies aan melkproductie. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Joni Van Mullem aan ILVO en UGent. Van Mullem ging op zoek naar haalbare oplossingen voor melkveehouders die klimaatrobuust graslandbeheer willen combineren met methaanreducerende voedermaatregelen om de doelstelling van 22% minder methaanemissies tegen 2030 te halen (Convenant Enterische Emissies Rundvee). Verkennende labotesten met 45 wilde planten, bomen en struiken wijzen op een verrassend en bijkomend reductiepotentieel, maar meer onderzoek is mogelijk om deze resultaten naar haalbare praktijkrantsoenen te vertalen.

Convenant Enterische Emissies Rundvee

In het Convenant Enterische Emissies Rundvee dat in 2019 werd afgesloten, hebben 15 organisaties verbonden aan de Vlaamse rundveehouderij zichzelf tot doel gesteld om de enterische methaanemissies tegen 2030 met 14% te verminderen t.o.v. 2005. Uit cijfers van de Vlaamse Milieu Maatschappij blijkt dat de methaanuitstoot door rundveestapel sinds 2019 nog gestegen is, waardoor de inspanning die geleverd moet worden vandaag al een reductie van 22% bedraagt.

Methaan is een sterk broeikasgas en maakt ongeveer de helft uit van de klimaatimpact door landbouw in Vlaanderen. Het grootste deel van die methaanemissies zijn afkomstig van ‘enterische fermentatie’ (70%) in de pens van herkauwers, vaak runderen. In tegenstelling tot ingrepen in het management en de genetica van de melkveestapel, zijn aanpassingen aan het rantsoen een relatief makkelijk en snel toepasbare maatregel om de enterische methaanemissies effectief te verkleinen.

Nood aan voedermaatregelen in grasrijk rantsoen

Volgens het evaluatierapport van het Convenant deden in 2024 nochtans maar 206 Vlaamse melkveehouders aan ‘methaanarm voederen’. Eerdere studies zoals SMART-melken (ILVO-Innovatiesteunpunt) toonden al het reductiepotentieel van een maïsrijk (zetmeelrijk) rantsoen, toevoeging van vetten zoals geëxtrudeerd lijnzaad en koolzaadschroot, en additieven zoals hopextract en 3-NOP (gekend als Bovaer).

Andere studies toonden dan weer dat grasrijke rantsoenen gepaard gaan met hogere methaanemissies en dat meer gras in het rantsoen de reducties van vetten en additieven zelfs kan verminderen.

Joni Van Mullem (ILVO-UGent): “Dit stelt melkveehouders voor een dilemma, want gras is voor de klimaatweerbaarheid van het bedrijf wél een goede keuze. Het is minder gevoelig voor extreme weersomstandigheden dan bijvoorbeeld maïs.”

In haar doctoraatsonderzoek zocht Joni Van Mullem daarom naar praktijkrelevante maatregelen die rundveehouders kunnen nemen om enerzijds de methaanuitstoot van hun dieren te verlagen en anderzijds hun bedrijf weerbaar te maken tegen het veranderend klimaat. Daarbij keek ze ook naar maatregelen die voor biologische melkveehouders toestaan zijn.

Lijnzaad en koolzaad: effectieve voedermaatregel

Een maatregel die standhoudt in combinatie met meer gras én in de praktijk haalbaar is, zonder verlies aan melkproductie, is het toedienen van plantaardig vet. 400 gram ruw vet per dag uit geëxtrudeerd lijnzaad is voldoende om de methaanemissies met 5% te verminderen, ongeacht het aandeel graskuil in het rantsoen en zonder effect op de melkproductie. Om kosten te drukken, kan 44% procent van het lijnzaad vervangen worden door koolzaad. Deze combinatie levert met 11% zelfs een betere methaanreductie, opnieuw ongeacht het grasaandeel en zonder impact op de melkproductie.

Waarom het werkt? Joni Van Mullem (ILVO-UGent): “We zien dat melkveehouders het rantsoen aanpassen aan een constante hoeveelheid energie en eiwit. Meer vet betekent daardoor in de praktijk minder fermenteerbaar voeder, waardoor er in de pens ook minder methaan gevormd wordt. Bijkomend voordeel voor melkveehouders is dat deze maatregel geïntegreerd kan worden in een gebalanceerd rantsoen, er zijn geen extra toevoegingen nodig zoals bij een additief.”

Kruiden en vlinderbloemigen: potentieel beperkt

Joni Van Mullem vond ook dat graslandkruiden en vlinderbloemigen in de kuil geen nadelig effect hebben op de enterische emissies. In het geval van bont kroonkruid vond ze in het labo zelfs een reductie van 41%, al wijzen de resultaten niet op een algemeen methaanreducerend potentieel voor deze categorie planten. Daarvoor zijn de resultaten te wisselend doorheen het seizoen en te afhankelijk van de groeiomstandigheden.

Leen Vandaele, copromotor en wetenschappelijk directeur ILVO Dier“Jarenlange selectie naar smakelijkheid en verteerbaarheid hebben ertoe geleid dat graslandkruiden en vlinderbloemigen minder secundaire plantmetabolieten bevatten die de vorming van methaan in de pens kunnen tegengaan. Desondanks kunnen het voor melkveehouders interessante toevoegingen zijn in het rantsoen en in het graslandbeheer.”

Wilde planten: hoog potentieel, maar (nog) niet praktisch toepasbaar

In de zoektocht naar voederstrategieën die voor biologische melkveehouders haalbaar zijn, concentreerde Joni Van Mullem zich op wilde planten die wél nog hoge concentraties van die secundaire plantmetabolieten bevatten. Ze testte in het labo 45 planten, struiken en bomen die grazende koeien kunnen tegenkomen. Maar liefst 27 van die planten bleken effectief een matig tot sterk methaanreducerend effect te hebben, zelfs wanneer dat effect gecorrigeerd werd voor de lagere verteerbaarheid. Jonge twijgen van de tamme kastanje (Castanea sativa) tonen het meeste potentieel, met maar liefst 94% methaanreductie in het labo.

Joni Van Mullem (ILVO-UGent): “Door de lage verteerbaarheid van deze planten zijn de resultaten niet meteen toepasbaar in de praktijk, maar de laboproeven zijn veelbelovend. Zeker voor biologische melkveehouders die weinig andere maatregelen hebben, is dit een piste die verder onderzocht moet worden.”